Woongelegenheden in woonzorgcentra

Wanneer iemand niet langer thuis kan wonen, al dan niet tijdelijk en omwille van hulpbehoevendheid, zijn er vandaag veel meer oplossingen dan ooit. Naast klassieke woonzorgcentra, de nieuwe rusthuizen, zijn er assistentiewoningen, dagverzorgingscentra en mogelijkheden voor een kortverblijf.

De tijd waarin men alleen kon kiezen tussen een ‘rusthuis’ en thuis wonen, is voorbij, net zoals de tijd van de klassieke rusthuizen. In heel wat woonzorgcentra wordt alles in het werk gesteld om het de bewoners en ook hun naasten en familieleden zo aangenaam mogelijk te maken. Dat gebeurt vaak met de hulp van vrijwilligers, scholen en zelfs musea.

Iedereen die 65 jaar of ouder is, kan terecht in een woonzorgcentrum. In de praktijk is een woonzorgcentrum in de eerste plaats bedoeld voor wie echt niet meer thuis kan wonen. Aan een woonzorgcentrum (de nieuwe benaming voor een rusthuis) kan ook een serviceflatgebouw, dagverzorgingscentrum of centrum voor kortverblijf verbonden zijn. Die korte verblijven zijn bijvoorbeeld een goede zaak wanneer iemand na een ingreep bijvoorbeeld nog niet voldoende hersteld is om terug naar huis te gaan.

Vandaag is 1 op 5 van de Vlamingen 65-plusser. In 2030 zal dit aantal stijgen naar 1 op 4. Het aandeel 80-plussers zal tegen 2050 bijna verdubbelen. Volgens de ramingen van het Federale Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg uit 2011 zal in Vlaanderen een groei van 24.300 woongelegenheden in woonzorgcentra tegen 2025 noodzakelijk zijn.

In de vorige legislatuur (periode 2011 – 2014) heeft Vlaanderen niet stil gestaan: er werden 7.317 woongelegenheden in woonzorgcentra erkend (of nog in onderzoek), zo blijkt uit een perscommuniqué van Vlaams minister Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Vlaanderen is sinds 1 juli 2014 is volledig bevoegd voor de residentiële ouderenzorg.