fbpx

Revalidatie: wie bepaalt wat?

Het Intermutualistisch Agentschap (IMA) en het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) onderzochten de organisatie en consumptie van revalidatie in België.

De revalidatie in België is op een bijzondere manier georganiseerd: er is een keuze tussen kinesitherapie en fysische geneeskunde, met als gevolg dat beide revalidatiekanalen naast elkaar bestaan. Vreemd genoeg is de gezondheidstoestand van de patiënt niet doorslaggevend voor de keuze van de behandeling, maar wel andere factoren en vooral de lokale gewoonten van het ziekenhuis.

In België zijn twee soorten zorgverleners verantwoordelijk voor revalidatie: de kinesitherapeut en de specialist fysische geneeskunde en revalidatie. Deze laatste is een arts die een specialisatie van vijf jaar heeft gevolgd. Ze worden allebei door het Riziv terugbetaald per prestatie, maar elk met hun eigen terugbetalingscodes. Bij zogenaamde multidisciplinaire revalidatie wordt een combinatie van zorg toegediend, bijvoorbeeld kinesitherapie, ergotherapie en logopedie, aan patiënten met complexe en invaliderende aandoeningen (bv. na een hersenbloeding of na een zware chirurgische ingreep).

De revalidatie vindt plaats in algemene ziekenhuizen of gespecialiseerde instellingen en wordt verstrekt door bv. de ergo- en kinesitherapeut, maar het is de specialist fysische geneeskunde die belast is met de supervisie. Voor patiënten met minder complexe letsels, vaak van het bewegingsstelsel (bv. een meniscus- letsel), is kinesitherapie alleen vaak voldoende. Deze patiënten kunnen zowel bij de kinesitherapeut als bij de specialist fysische geneeskunde terecht want beiden bieden kinesitherapie aan.

Op basis van ziekenfondsgegevens kon men de revalidatie bestuderen bij patiënten die orthopedische operaties, borstamputaties of een operatieve behandeling van urine-incontinentie ondergingen. Kinesitherapie is de meest voorkomende revalidatie na deze ingrepen.

Multidisciplinaire fysische geneeskunde is vaak de eerste behandeling na zware orthopedische ingrepen zoals het plaatsen van een knie- of heupprothese, een operatie aan de rug of van een gebroken heup. Het is opvallend dat deze behandeling vaak volledig stopgezet wordt na ontslag uit het ziekenhuis en dat de patiënt nadien enkel door middel van kinesitherapie gerevalideerd wordt.

Het feit dat men kan kiezen tussen kinesitherapie en fysische geneeskunde leidt naar dé hamvraag van dit rapport: welke factoren zijn bepalend bij die keuze? De lokale gewoonten van het ziekenhuis blijken de belangrijkste factor te zijn. De helft van de ziekenhuizen met een dienst voor fysische geneeskunde kiest namelijk bij minstens 80% van zijn patiënten, die één van de hoger vermelde zware operaties ondergingen, systematisch voor de financieel interessantere fysische geneeskunde.

Deel dit bericht