Kinderen en jongeren rouwen anders

Kinderen en jongeren rouwen anders dan volwassenen Rouwen is het persoonlijk antwoord op ingrijpend verlies. Hoe jong je ook bent. Ieder zoekt daarin zijn eigen weg en leeftijd speelt mee in hoe we omgaan met dat verlies.

Baby’s, peuters, kleuters, kinderen, pubers, tieners en jongvolwassenen hebben elk een eigen taal om hun verdriet en gemis te uiten. Zij verwoorden hun gevoelens meestal niet in een gesprek maar signaleren hun onmacht, kwaadheid, verdriet en angst bijvoorbeeld in het luisteren naar luide muziek, schoppen, snauwen, krabben, weglopen, apathie, eten, uithongeren, schrijven, tekenen, roepen, zorgen, stoere praat, ontkennen, roesmiddelen, tics,… Zij uiten hun verdriet vaker door te DOEN.

Kinderen en jongeren rouwen in een slingerbeweging waarin tranen en gelach, intens verdriet en spel, elkaar afwisselen. Juist dat mechanisme geeft hen de kracht om verlieservaringen te dragen en een manier van herinneren te vinden die bij hen past. Hun omgeving begrijpt die signalen niet altijd. En daarmee voelen rouwende jongeren zich wel eens héél alleen.

Als je hen wilt helpen is het belangrijk om hún ritme te volgen en niet verder te gaan dan wat zij aankunnen. Hoe jong ze ook zijn, het komt er op aan om hen steeds te bevragen op wat zij nodig hebben in plaats van er van uit te gaan dat je wel weet wat nodig is. Er zijn geen pasklare antwoorden, wel het samen op weg gaan en zowel vragen als antwoorden te verkennen.

Er zijn, nabij zijn, eerlijkheid, duidelijkheid en het benoemen van wat er is, zijn daarbij de wegwijzers. Een houding van ‘je moet niets, je mag, en hoe kan ik je daarbij helpen?’ geeft aan kinderen en jongeren het gevoel dat hun verdriet er ook mag zijn.