fbpx

Dementie

Dementie is een ernstige aandoening die berust op een geleidelijke achteruitgang van het functioneren van de hersenen door het verdwijnen van zenuwcellen en/of verbindingen tussen zenuwcellen.

Dementie is een syndroom waarbij de verwerking van informatie in de hersenen is verstoord. In de medische wereld wordt het woord syndroom gebruikt om het samengaan van een aantal symptomen te beschrijven, zonder dat dit iets zegt over de oorzaak.

Er zijn dan ook verschillende hersenziekten die tot dementie leiden. In onze contreien en op oudere leeftijd is de ziekte van Alzheimer de vaakst voorkomende oorzaak van dementie.

Risicofactoren

Er is geen enkelvoudige oorzaak van dementie aan te wijzen, tenzij in geval van erfelijke vormen (de zogenaamde familiale belasting). Een genmutatie veroorzaakt dan de hersenziekte en een kind zal dan één kans op twee (autosomaal dominant) of één kans op vier (autosomaal recessief overdraagbaar) hebben om zelf ook drager te zijn van de genmutatie. Wel kennen we een aantal ‘risicofactoren’.

Dit zijn omstandigheden die de ziekte in de hand kunnen werken, maar die elk op zich geen rechtstreekse oorzaak van dementie zijn. Veralgemeende risicofactoren voor dementie zijn: leeftijd, rookgedrag/eetgewoonten, wonen in de nabijheid van een drukke snelweg/luchtvervuiling/ toxines, graad van opleiding, sociale interacties, overgewicht, hoge bloeddruk, depressie, suikerziekte.

Symptomen

De eerste tekenen van dementie verschillen van persoon tot persoon en naargelang de oorzaak van dementie.

Doorgaans is dementie chronisch en progressief van karakter. De evolutie is echter afhankelijk van de hersenziekte die de dementie veroorzaakt. Geheugenverlies staat meestal op de voorgrond, zeker bij een ziekte van Alzheimer, maar dat is niet bij alle oorzaken van dementie zo.

De stemming, persoonlijkheid en het gedrag van personen met dementie kunnen ook veranderen. Welke symptomen er precies optreden, wordt bepaald door de aard, plaats en ernst van de afwijkingen in de hersenen.

Typische voorbeelden:

  • Je vergeet erg vertrouwde dingen, zoals de namen van de (klein)kinderen.
  • Iets ligt ‘op het puntje van de tong’. Je kan niet enkel meer op iets niet opkomen; je herkent het ook niet wanneer het wordt genoemd.
  • Je vergeet niet alleen wie er juist heeft getelefoneerd, je vergeet ook dát er werd getelefoneerd.
  • Je stelt steeds dezelfde vragen. Niet alleen omdat je het antwoord vergeten bent, maar ook omdat je vergeten bent dat je dezelfde vraag al eens gesteld hebt.
  • Je vergeet plots wat je aan het doen was en laat steeds vaker karweitjes onafgewerkt achter.
  • Je vindt plots de vertrouwde weg naar huis niet meer terug.
  • Je wil midden in de nacht boodschappen gaan doen.
Deel dit bericht