fbpx

De obesitasepidemie

Europa gaat tegen 2030 te maken hebben met een “immense” obesitasepidemie, zo waarschuwde de Wereldgezondheidsorganisatie onlangs. Wereldwijd zijn er meer mensen die met obesitas en overgewicht kampen dan mensen die honger lijden.

Geschat wordt dat in 2030 zowat 89 procent van de mannen in het land overgewicht heeft, 48 procent zal zelfs obees zijn. Uit het onderzoek blijkt dat de overgrote meerderheid van de 53 onderzochte Europese landen zijn bevolking zal zien verdikken. Enkel voor Nederland wordt een daling van het aantal mensen met overgewicht voorspeld. Daar zal in 2030 nog acht procent van de mannen zwaarlijvig zijn, tegenover 10 procent in 2010. Dat ook een milde vorm van overgewicht de levensduur verkort, werd inmiddels bevestigd in twee studies waarvan de resultaten vorige week gepubliceerd werden in The New England Journal of Medecine. De onderzoeksresultaten zijn in tegenspraak met wat de Centers for Disease Control eerder dit jaar stelden. Volgens de CDC zou een beetje overgewicht het mortaliteitsrisico doen dalen.

“Deze studies bieden een definitief antwoord op de vraag of overgewicht goed of slecht is voor de gezondheid: overgewicht en obesitas verhogen het mortaliteitsrisico”, aldus experts. In de Verenigde Staten blijkt ook dat heel wat artsen problemen hebben met patiënten die te dik (fat) zijn, vooral als het om kinderen gaat. Sommige dokters hebben het dan ook over het nieuwe f-woord Het probleem is niet nieuw, maar wel groter dan ooit, zo menen experts. Waarom hebben artsen het moeilijk om het obesitasprobleem te bespreken met patiënten? Ze zijn bang om de kinderen te kwetsen en zo hele families weg te jagen, ze weten niet zeker welke therapie de beste is, omdat ze niet genoeg tijd hebben, omdat er wachtlijsten zijn en omdat de verzekering niets terugbetaald voor de follow-up consultaties.

Daarnaast blijkt ook dat heel wat ouders niet weten of niet willen weten dat hun kind te veel weegt. Sommige mensen zien in een mollig kind nog altijd een gezond kind. Of ze denken dat ze gezond eten en dat zoutjes in de vorm van een vis gezond zijn, zo zegt een voedingsdeskundige. “Er zijn zelfs mensen die denken dat snoepjes in de vorm van fruit echt fruit zijn.” “Mensen met obesitas moeten medische hulp krijgen, maar ook politici moeten maatregelen uitvaardigen om de epidemie van overgewicht in te dijken.” En dat niet alleen bij kinderen, maar bij de hele bevolking zo stellen experts. De eerste golf van de obesitasepidemie (1970-1990) kon hoofdzakelijk verklaard worden door de afname van de hoeveelheid lichaamsbeweging.

Mensen denken dat ze nergens meer tijd voor hebben, maar het is een feit dat ze meer televisie kijken dan vroeger en dat ze inactief zijn. Na de jaren negentig is de epidemie van overgewicht vooral te wijten aan de stijgende consumptie en de steeds groter wordende keuze aan voedingsmiddelen met lagere prijzen. Een proces dat versneld wordt door de toename van de porties. De ontwikkelingsgeneeskundige stelt dat beide kanten van de weegschaal moeten aangepakt worden: een beetje meer bewegen, een beetje minder eten. En mensen moeten ook een betere opvoeding krijgen op het vlak van lichaamsbeweging en voeding.

Maar om het probleem te reduceren moet ook de voedings- en de bewegingsindustrie een inspanning leveren. Samen met de consumenten, zo besluit hij. Inmiddels blijkt dat één op de drie zwaarlijvige Belgen zich geen zorgen maakt en onterecht van mening is dat hij of zij “alleen maar wat overgewicht” heeft. Dat bleek onlangs uit een onderzoek bij 2.000 Belgen.

Deel dit bericht