De Belg in een aantal cijfers

De Gezondheidsenquête 2013 wordt in opdracht van alle Belgische ministers voor Volksgezondheid op federaal, gewestelijk en gemeenschapsniveau uitgevoerd door het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV-ISP).

Hieronder vindt u enkele resultaten en cijfers uit de enquête:

  • Niet meer dan 36% van de bevolking van 15 jaar en ouder besteedt minstens 30 minuten per dag aan (minstens matige) lichaamsbeweging, wat de minimum aanbeveling is.
  • 28% van de bevolking van 15 jaar en ouder neemt geen lichaamsbeweging in de vrije tijd.
  • Mensen worden minder actief met het ouder worden, vooral vanaf de leeftijd van 75 jaar.
  • Sinds 1997 is de situatie wat lichaamsbeweging betreft er niet op vooruit gegaan.
  • De gemiddelde Belg heeft een te hoog lichaamsgewicht (BMI=25,4).
  • Bijna de helft (48%) van de volwassen bevolking (18 jaar en ouder) heeft overgewicht, 14% is zwaarlijvig.
  • Meer mannen (55%) dan vrouwen (42%) kampen met overgewicht.
  • Zowel overgewicht als zwaarlijvigheid nemen toe met de leeftijd (tot 74 jaar).
  • Eén op vijf jongeren (2-17 jaar) is te zwaar en 7% kampt met zwaarlijvigheid.
  • De voedingsgewoonten van de Belg laten te wensen over: slechts 12% van de Belgen eet minstens 5 porties fruit en groenten per dag.
  • Jongvolwassenen (15-24 jaar) scoren het slechts wat het drinken van gesuikerde frisdranken betreft, vooral dan de mannen: één op twee van hen drinkt dit dagelijks.
  • Kinderen (0-14 jaar) scoren het slechtst wat zoete en zoute versnaperingen betreft: 55% van hen eet dagelijks een zoete of zoute snack.

Bron: Gezondheidsenquête 2013. De Gezondheidsenquête 2013 wordt in opdracht van alle Belgische ministers voor Volksgezondheid op federaal, gewestelijk en gemeenschapsniveau uitgevoerd door het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV-ISP) en helpt de bevoegde autoriteiten om hun beleid uit te stippelen. De Gezondheidsenquête biedt hen een volledige beschrijving van de gezondheidstoestand van de bevolking, ook van de personen die nooit of zelden een beroep doen op de gezondheidsdiensten.